Waterbeheer bij droogte

Watertekort ontstaat wanneer er meer water wordt verbruikt dan er aangevoerd kan worden. Tijdens droogte nemen wij maatregelen om het waterpeil in sloten, meren en kanalen op peil te houden. Bij langdurige droogte en een mogelijk watertekort gelden landelijke afspraken over de verdeling van het water.

Watertekort door te weinig aanvoer

Neem contact met ons op als het waterpeil te laag is in een sloot of vaart. De actuele waterpeilen ziet u in de boezemkaart.

Er is een watertekort als er meer water uit meren, kanalen, sloten en vaarten verdwijnt dan we kunnen aanvoeren. Dit ontstaat als er veel water verdampt bij warm weer en er veel water uit de sloten wordt gebruikt, voor bijvoorbeeld beregening van gewassen. Hierdoor kan de waterstand in sloten dalen. In sommige hoger gelegen gebieden kunnen we geen water aanvoeren, zoals bij de hogere zandgronden in het zuidoosten van Fryslân. Daar droogt een deel van de sloten vrijwel iedere zomer op. We voeren water aan vanuit het IJsselmeer, via de meren en kanalen, naar de poldersloten- en vaarten. Dit is nodig:

  • voor een goede waterkwaliteit en tegen verzilting.
  • om de waterstanden in meren, kanalen, sloten en vaarten op peil te houden.

Maatregelen tegen watertekort

We kunnen tijdelijke maatregelen nemen wanneer het waterpeil in sloten en vaarten te laag is en het niet mogelijk is meer water aan te voeren of de doorstroming te verbeteren.

Maatregel 1: beregeningsverbod

Bij een watertekort kunnen we een tijdelijk beregeningsverbod instellen om het waterverbruik te verminderen. Grasland mag dan bijvoorbeeld niet meer worden besproeid met water uit de sloot. En boeren mogen gewassen alleen tussen bepaalde tijden besproeien.

Maatregel 2: minder doorspoeling voor waterkwaliteit

Bij een dreigend watertekort in meren en kanalen verminderen we de doorspoeling met zoet water. Als er geen droogte is laten we dagelijks water in uit het IJsselmeer om de waterkwaliteit op peil te houden en het binnendringen van zout zeewater tegen te gaan.

Regen nodig voor herstel grondwater

Niet alleen de waterstand in sloten en vaarten daalt als het voor lange tijd droog is. Ook de grondwaterstand daalt. Als planten en gewassen in het voorjaar gaan groeien, halen ze water uit de bodem. Om de grondwaterstand weer aan te vullen is veel regen nodig. Als de grondwaterstand laag is, verhogen we waar mogelijk het waterpeil in de sloten. Zo proberen we regenwater langer in de bodem vast te houden, zodat het grondwater wordt aangevuld.

Als het langdurig droog is en de grondwaterstand laag, kunnen we tijdelijk verbieden om te beregenen met grondwater.

Landelijke afspraken zoet water

Wij halen water uit het IJsselmeer om de Friese meren en kanalen van vers water te voorzien. Als het waterpeil van het IJsselmeer daalt, kan de minister van Infrastructuur en Waterstaat beslissen dat we minder water uit het IJsselmeer mogen gebruiken. Het zoete water verdeelt het Rijk dan over alle waterschappen. Er zijn landelijke afspraken over het verdelen van het zoete water. Bijvoorbeeld:

  • Stabiele dijken en waterkeringen gaan altijd voor economische belangen.
  • Winning van drinkwater gaat voor het besproeien van gewassen.
  • Besproeien van gewassen gaat voor het besproeien van grasland, mais en tuinen. Natuurgebieden gaan voor het besproeien van grasland en tuinen.

Verschil waterbeheer waterschappen

Bij droogte neemt ieder waterschap maatregelen die passen bij het eigen beheergebied. Onze maatregelen kunnen dus verschillen van andere waterschappen. Dat komt door verschillen in de waterhuishouding. Bijvoorbeeld ligging, omvang en hoeveelheid peilvakken lengte van vaarten en sloten, hoogteverschillen, grondsoorten en het grondgebruik.