Veelgestelde vragen en antwoorden droogte 2020

Hieronder hebben we de meestgestelde vragen voor u op een rijtje gezet:

    Wanneer spreken we van droogte?

    We spreken van droogte als er gedurende een langere periode minder neerslag valt dan er water verdampt. Dat noemen we het neerslagtekort. Dit wordt gemeten van 1 april tot 1 september. Ook in een normaal jaar is er tijdens het groeiseizoen sprake van een neerslagtekort. Bij de droogte die we hier bedoelen loopt dit neerslagtekort zover op dat er problemen voor onder meer landbouw, natuur en recreatie kunnen ontstaan.

    Het is normaal dat het in de zomer droger is dan in de winter. In de zomerperiode verdampt er zo'n 5 millimeter water per etmaal door zon en wind. Van droogte is sprake als er een lange periode wel verdamping is, maar weinig tot geen regen.

    Welke maatregelen nemen jullie om watertekorten te voorkomen?

    Vanuit het IJsselmeer voeren wij continu water aan naar de Friese meren en kanalen (de Friese boezem). Van daaruit laten wij water in de poldersloten en -vaarten. Verder:

    • maken wij sloten schoon waardoor de doorstroming verbetert.
    • hebben we de waterstand op de Friese meren en kanalen (Friese boezem) verhoogd.
    • hebben we waar mogelijk de waterstanden in poldersloten en -vaarten verhoogd.

    Waarom staan er sloten droog?

    Polders liggen lager dan de Friese meren en kanalen (de Friese boezem). Wij kunnen poldervaarten en -sloten van water voorzien door inlaten (een soort schuif) open te zetten waarmee we water uit meer of kanaal in de poldersloot laten lopen.

    Er zijn ook gebieden die hoger liggen dan de Friese boezem (Gaasterland en Zuidoost-Fryslân). We kunnen daar deels water oppompen (met een gemaal) naar gebieden aan de rand van de boezem. Maar door de grote hoogteverschillen zijn niet alle gebieden van water te voorzien. Deze zandgronden zijn afhankelijk van regenwater. Zonder regenwater vallen sloten droog.

    Ook in de polders in klei- en veengebieden vallen soms sloten droog. Dan is de doorstroming onvoldoende of kunnen we onvoldoende water aanvoeren.

    Waarom voeren jullie in de winter water af?

    Het waterbeheer in Fryslân en het Groninger Westerkwartier is een complex stelsel van duizenden verschillende gebiedjes met verschillende waterpeilen. Het gaat om hooggelegen gronden (de hoge zandgronden in het oosten) en laaggelegen gronden (het veen in het midden en de klei in het Noorden). Als er heel veel neerslag valt, zoals in februari, loopt er veel water naar de laagste delen van een gebied. De enige manier om daar wateroverlast te voorkomen, is het wegpompen van water naar de Friese boezem (meren en kanalen). Van daaruit pompen we het naar het IJsselmeer of spuien we het op de Waddenzee.

    Waarom staan ook als het droog is soms gemalen aan?

    In droge perioden laten we in de polders extra water in vanuit de meren en kanalen. Dit doen we om te voorkomen dat sloten droogvallen, maar ook om de waterkwaliteit zo goed mogelijk te houden. Voor de waterkwaliteit is het nodig dat er een klein beetje stroming blijft. Deze stroming creëren we door iets meer water vanuit de boezem in te laten en dit vervolgens terug te pompen in de boezem. Dit overtollige water is vervolgens weer beschikbaar om weer in een polder te worden ingelaten.

    Waarom staan de spuisluizen naar de Waddenzee soms open?

    De Friese boezem (meren en kanalen) is een doorstromend systeem. Dagelijks laten we water in vanuit het IJsselmeer om water aan te vullen en spuien we richting Waddenzee. Deze doorstroming is belangrijk om de waterkwaliteit op peil te houden en verzilting tegen te gaan. In stilstaand water ontstaan eerder bacteriën en algen.

    Het meeste water dat we inlaten is nodig omdat er in de zomer dagelijks water verdwijnt door verdamping, doordat boeren water gebruiken voor beregening en omdat we water doorvoeren naar Groningen en Drenthe. Een klein deel wordt gebruikt voor doorstroming. Als we minder kunnen inlaten vanuit het IJsselmeer, is beperken van de doorstroming één van de maatregelen om water te sparen.

    Mag ik grondwater gebruiken voor beregening?

    Ja, dat mag. Tot 1 kubieke meter per uur is dit vrij toegestaan. Gebruikt u meer dan geldt een meldings- of vergunningsplicht.

    Voor het tijdelijk onttrekken van grondwater voor beregening of bevloeiing:

    • geldt een meldingsplicht bij onttrekking van minder dan 60 kubieke meter water per uur
    • is een vergunning nodig bij grondwateronttrekking van meer dan 60 kubieke meter water per uur.

    Een vergunning aanvragen of melding doen kan via www.omgevingsloket.nl. Heeft u hierbij hulp nodig? Ga dan naar onze pagina over hoe u een vergunning aanvraagt of melding doet.

    Mag ik oppervlaktewater gebruiken voor beregening?

    Ja, dat mag. In de polders die lager liggen dan de Friese boezem (52 cm beneden NAP) is dit vrij toegestaan. Daar kunnen we water aanvoeren. Wel geldt als randvoorwaarde dat het peil in de sloot niet zichtbaar mag dalen. Dat betekent dat we onvoldoende water kunnen aanvoeren om in de vraag te voorzien. Als dit het geval is, moet u stoppen met water onttrekken.

    Als u veel water nodig heeft, bijvoorbeeld voor beregening, geldt dat u eerst afstemming moet zoeken met onze rayonbeheerder (058-292 22 22). Hij kan aangeven hoeveel water u kunt gebruiken en op welk moment u dat het beste kunt doen.

    Voor het tijdelijk onttrekken van oppervlaktewater voor beregening of bevloeiing heeft u een vergunning nodig wanneer u dit doet:

    • op de Waddeneilanden
    • uit hoogwatersloten
    • uit gebieden met een peil boven boezempeil (52 centimeter beneden NAP)

    Een vergunning vraagt u aan via www.omgevingsloket.nl. Hebt u hierbij hulp nodig? Ga dan naar onze pagina over hoe u een vergunning aanvraagt of melding doet.

    Waarom daalt het waterpeil in sloten?

    Dat komt door verdamping en omdat grondeigenaren slootwater gebruiken voor beregening. Wij proberen vanuit de Friese boezem het water in de sloten en vaarten zo goed mogelijk aan te vullen. Als het waterpeil sneller daalt dan wij kunnen aanvoeren, kunnen we onttrekking voor beregening verbieden.

    Waarom daalt de grondwaterstand?

    In het voorjaar beginnen alle planten, bomen en gewassen te groeien en bloeien. Hiervoor onttrekken de wortels grondwater. Daarom daalt de grondwaterstand in het voorjaar en zomer. Dat is normaal. Als het lange tijd droog is zal de grondwaterstand verder dalen. Normaal gesproken herstelt de grondwaterstand zich in de natte herfst/winter.

    Naast de groei van bomen en planten zijn er ook bedrijven die gebruik maken van grondwater. De drinkwaterbedrijven pompen grondwater op om drinkwater te maken, boeren gebruiken grondwater voor beregening van het land en de industrie gebruikt grondwater. Zeker in droge perioden moeten we zuinig met dit grondwater omgaan.