Oproep: help mee om invasieve exoten in Fryslân te verwijderen

Zodra de temperatuur boven de 10 graden kruipt, begint in de Friese wateren de grote waternavel te woekeren. En op de droge waterkeringen schiet de berenklauw de grond uit. Coördinator exotenbestrijding Peter Bosma van Wetterskip Fryslân roept boeren, particulieren en terreinbeheerders op om samen de strijd aan te gaan tegen deze indringers. 

Wie weleens met een kano of bootje door de Friese wateren vaart, kent het beeld: sloten die zo dichtgegroeid zijn dat er geen doorkomen aan is. De boosdoener is vaak de grote waternavel of waterteunisbloem. Deze planten hinderen de doorstroming van water, wat kan leiden tot wateroverlast.   

Monnikenwerk 

Bovendien brengen de woekeraars schade aan de natuur. Een dik groen tapijt van grote waternavel houdt al het zonlicht tegen, waardoor inheemse planten, vissen en insecten verdwijnen.  

Wetterskip Fryslân besteedt jaarlijks veel geld aan de exotenbestrijding. Het werk is dan ook intensief. Peter Bosma: ‘Nadat aannemers de bulk met machines met maaikorven hebben verwijderd, gaan er handwerkers de sloot in om met de hand de laatste restjes uit de oevers te peuteren. Als een soort menselijke stofzuigers. Echt monnikenwerk.’ 

Intensieve aanpak werkt 

Toch is er ook goed nieuws te melden. De intensieve aanpak van team flora en fauna van Wetterskip en een aantal aannemers de afgelopen jaren werpt zijn vruchten af. Een aantal Friese polders is door de intensieve bestrijding in de afgelopen drie jaar zo goed als exotenvrij. Maar de regionale verschillen zijn groot. ‘Zo gedijt de grote waternavel op veengrond beter dan op kleigrond’, legt Peter uit. ‘Vooral het zuidoosten van Fryslân is op dit moment besmet met grote waternavel.’  

De hulp van de buren 

Hoewel het waterschap succes boekt in de hoofdwatergangen, stroomt de grote waternavel vaak zo weer terug vanuit zijsloten die beheerd worden door aanliggende grondeigenaren. ‘We kunnen dit niet alleen’, stelt Peter. ‘Zonder hulp van de andere grondeigenaren blijft het dweilen met de kraan open. Op een aantal locaties in de provincie is de afgelopen jaren al goed samengewerkt. Hier zie je dan ook gelijk dat dit succes oplevert. Deze samenwerking willen we graag op meer plekken toepassen.’  

Hij begrijpt dat de drempel voor boeren hoog is. Het vaker onderhouden van sloten (hekkelen) en afvoeren van plantenmateriaal kost extra brandstof, manuren, tijd en geld. Bovendien moet het uiterst hygiënisch: één achtergebleven worteltje op een machine kan een hele nieuwe sloot besmetten. Toch is er hoop: ‘Wie drie jaar lang intensief bestrijdt, ziet dat de exoot daarna nagenoeg verdwijnt. Met als gevolg dat de onderhoudskosten ook dalen.’  

De hark erdoor 

Niet alleen boeren, ook particulieren kunnen hun steentje bijdragen. Heb je een sloot achter het huis? 

  • De hark erdoor: Bij een kleine besmetting met plantexoten, kun je het beste handmatig de planten met wortel en al voorzichtig uit de sloot verwijderen. Gooi de plant in de GFT-container of op de composthoop. Dit voorkomt verdere verspreiding. De plant verliest uiteindelijk op deze locatie de strijd. 
  • Meld het: Zie je een kleine besmetting met plantexoten of een sloot die er volledig mee is dichtgegroeid? Meld het bij het waterschap via telefoon 058-292 2222 of onze site: wetterskipfryslan.nl/exotenbestrijding.

De reuzenberenklauw: gevaar voor de waterveiligheid 

Naast de grote waternavel is de reuzenberenklauw het waterschap een doorn in het oog, vooral op de waterkeringen (polderdijken). 'Door zijn snelle groei en grote bladeren is er geen ruimte voor een goede grasmat. En deze grasmat hebben we juist nodig om de dijk te beschermen. Een slechte grasmat verzwakt de kering en er kan bij hoogwater zelfs afslag plaatsvinden.' 
Het onderhoud van de grasmat op deze keringen ligt voor een groot deel bij particuliere grondeigenaren. Veel boeren laten de plant liever staan bij het maaien, omdat ze de reuzenberenklauw niet in hun veevoer (kuil of hooi) willen hebben. Toch is juist dán actie nodig. 

Slim maaien en de plant ‘fnuiken’ 

‘Je moet ervoor zorgen dat de plant geen bloemen krijgt’, legt Peter uit. Hij adviseert om de berenklauw minimaal twee keer per jaar weg te maaien. ‘De timing is hierbij belangrijk: vlak na de bloei (half mei tot begin juni) en direct nadat de eerste zaadkoppen ontstaan. Zo voorkom je verspreiding van zaden. Als je dit tien jaar lang consequent volhoudt, krijg je de keringen weer nagenoeg schoon. De eerste twee jaar kost het veel moeite, maar daarna wordt het elk jaar minder.’ 

Voor wie sneller resultaat wil, is er een door Wetterskip ontwikkelde, rigoureuze methode: het frezen van de toplaag om een ‘vals zaadbed’ te creëren. ‘Je krijgt dan een explosieve groei van alle zaden die nog in de grond zitten, waarna je in een aantal frees- en schoffelsessies de zaadbank uitput. Doe je dit volgens deze uitgedachte systematische aanpak, dan zijn ze binnen anderhalf jaar nagenoeg verdwenen. Je houdt de plant als het ware voor de gek.’ 

Samenwerking centraal 

Peter gelooft niet in dwingende regeltjes, maar in praktische samenwerking en het delen van kennis en advies. ‘We moeten meer met elkaar in gesprek. ‘Jij moet dit of dat’ werkt niet’, vindt Peter. 

Hij oppert oplossingen om de kosten en moeite voor agrariërs te beperken. ‘Onze aannemers zouden bijvoorbeeld op vrijdag voor Wetterskip kunnen werken en op zaterdag voor de boer de sloot leeg kunnen halen. En je helpt ons al door bijvoorbeeld tijdelijk een scherm voor een duiker in de sloot te plaatsen om verspreiding te voorkomen.’ Het opleiden van loonwerkers in exotenbestrijding en het aanbieden van hygiëneprotocollen zijn ook mogelijkheden. Peter: ‘Als we samen de schouders eronder zetten, kunnen we de plaagsoorten écht terugdringen en de kosten voor iedereen beheersbaar houden.’