Maatregelen vanwege lage grondwaterstand

Door de droogte in Fryslân van afgelopen jaar is de grondwaterstand veel lager dan normaal. Daarom nemen wij een aantal maatregelen. Hier leest u welke maatregelen wij nemen en waarom deze van belang zijn.

Maatregel 1: stuwen blijven in zomerstand

In de polders houden we in vaarten en sloten waar mogelijk de stuwen in zomerstand. Dat betekent dat de stuwen omhoog staan, zodat sloten bij regen zoveel mogelijk water vasthouden. Hierbij wordt het regenwater niet direct afgevoerd, maar langer in de bodem vastgehouden om zo het grondwater aan te vullen.

Maatregel 2: hogere waterstand dan zomerstand tot 1 juni

In polders waar dat kan en zin heeft, gaan we de waterstand nog verder verhogen dan de zomerstand. Hiermee komen we tegemoet aan verzoeken van boeren en natuurbeheerders om meer water in de sloten vast te houden.

Het verder verhogen van de waterstand is geregeld in een tijdelijke watervergunning (externe website) die ingaat op 27 december 2018 en geldig is tot 30 juni 2019.

Waarom zijn deze maatregelen nodig?

Door het neerslagtekort is de grondwaterstand veel lager dan normaal in deze periode van het jaar. De grondwaterstand is van belang om komend voorjaar voldoende vocht in de grond te hebben voor de groei van gewassen en voor de natuur. Omdat het nog steeds weinig regent, probeert het waterschap waar mogelijk de natuur een handje te helpen. Daarom treffen wij deze maatregelen.

Op onze kaart met grondwatermeetpunten kunt u zelf de ontwikkeling van de grondwaterstand op een aantal plaatsen in Fryslân bekijken. 

Waar worden de waterstanden in sloten verhoogd?

Onze rayonbeheerders bekijken per gebied (peilvak) of het mogelijk is en zin heeft de waterstanden nog hoger op te zetten dan de zomerstand. Als dit kan, bekijken ze hoeveel hoger mogelijk is om tijdelijk extra water vast te houden. Dit hangt onder andere af van de ligging van de polder en de ondergrond (veen, zand of klei). De aanpak verschilt per gebied

Wat gebeurt er als het nu flink gaat regenen?

Als het flink gaat regenen, zal de droge grond eerst veel water opnemen. De toevoer vanuit de bodem naar de sloten is daarom voorlopig beperkt. Bij voorspellingen voor langdurige neerslag zullen we de stuwen zo snel mogelijk in winterstand zetten om zoveel mogelijk water af te voeren.

Waarom is in de ene sloot de waterstand hoger dan in de andere?

Bij peilvakken (gebieden) met een grote drooglegging kunnen we in het hele peilvak de waterstand verhogen. In peilvakken met veel hoogteverschil kan dat niet, want dan komen de laagste percelen onder water te staan. Het laagst gelegen perceel is dan bepalend voor de hoogte. Uitgangspunt is dat het peil tot maximaal 40 centimeter onder het maaiveld van het laagste perceel wordt verhoogd.